Omgaan met niveaus

Onze school maakt deel uit van het samenwerkingsverband 20.01, het samenwerkingsverband voor de scholen in de provincie Groningen en gemeente Noordenveld. In het samenwerkingsverband zijn afspraken gemaakt over de basisondersteuning. Deze betreffen de preventieve en licht curatieve interventies, de onderwijsondersteuningsstructuur, het planmatige werken en de basiskwaliteit van het onderwijs.


In kader van de invoering van Passend Onderwijs is het de plicht passendonderwijs en zorg te bieden aan elk kind. Dit houdt in dat er sprake is van afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van kinderen. We werken vanuit de1-zorgroute. Het doel van de1-zorgroute is leerkrachten in staat stellen het onderwijs van hun groep af te stemmen op de onderwijsbehoeften van de leerlingen waarbij er sprake is van handelingsgericht werken. De leerkracht probeert vroegtijdig leerlingen te signalering die extra aandacht nodig hebben en daarbij het onderwijsaanbod af te stemmen op deze leerlingen.


Bij het omgaan met verschillende onderwijsbehoeften van leerlingen wordt gebruik gemaakt van groepsplannen. In het groepsplan beschrijft de leerkracht hoe hij/zij doelgericht met de verschillende onderwijsbehoeftes omgaat. Incidenteel zal een individueel handelingsplan worden opgesteld.

 

De leerkracht is als professional de eerste verantwoordelijke voor goed onderwijs en een goede leerlingbegeleiding, gebaseerd op de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Op basis van het ontwikkelingsniveau van de leerlingen en de leerlijnen voor de verschillende vakken en vakgebieden, houden leerkrachten bij het geven van instructie en opdrachten tot verwerking rekening met de niveauverschillen tussen leerlingen volgens het directe instructie model.

 

De intern begeleider vervult binnen de school een coördinerende en begeleidende rol op het gebied van de leerlingenzorg. Hiertoe ondersteunt deze de leerkrachten door het systematisch volgen van de leerlingen en het bespreken van de groepsoverzichten, groepsplannen en indien nodig een individuele leerlingbespreking aan de hand van een hulpvraag van de leerkracht.

 

Aanpak als een kind meer dan basisondersteuning nodig heeft
Het kan voor komen dat kinderen problemen ervaren op cognitief en/of sociaal-emotioneel gebied. Veelal hangen deze ook met elkaar samen. Als een kind niet lekker in zijn of haar vel zit, kunnen de leerprestaties afnemen. Maar ook kan het hebben van problemen met de leerstof van invloed zijn op het gedrag. Wanneer de school problemen op cognitief en/of op sociaal-emotioneel gebied signaleert, wordt er gekeken of speciale zorg noodzakelijk is. De signalering gebeurt door de leerkracht in de klas. Als het gaat om een klein probleem zal de leerkracht meteen inzetten op de aanpak ervan door middel van extra begeleiding of verlengde instructie. Als dit niet voldoende blijkt te zijn, stelt de groepsleerkracht zelf, eventueel na overleg met de intern begeleider, een plan op om het kind te helpen. Dit plan wordt binnen de groep door de leerkracht zelf begeleid en met de ouders besproken.

Als de eerste hulp niet tot het gewenste resultaat leidt wordt samen met de intern begeleider een handelingsplan opgesteld. Als dit niet mocht baten, wordt samen met de intern begeleider gekeken welke mogelijkheden er dan zijn om een kind verder te helpen (bijvoorbeeld onderzoek door een orthopedagoog,  een aanvraag voor extra ondersteuning(arrangement), samenwerking met WIJ-team)
De groepsleerkracht houdt de eindverantwoordelijkheid over de vorderingen van de leerling en is voor de ouders het eerste aanspreekpunt. De leerkracht wordt hierin ondersteund door de interne begeleider. In alle gevallen zorgt de leerkracht ervoor dat ouders betrokken worden bij wat er in de klas gebeurt en op de hoogte zijn van de hulp die aan een kind geboden wordt.


Meer begaafden en hoogbegaafden leerlingen

Het ‘zeer makkelijk’ lerende kind heeft ook aandacht nodig. In de eerste plaats bieden de methoden van de school verdiepingsmogelijkheden. Ook kan besloten worden dat andere, aanvullende leerstof aangeboden gaat worden, hiervoor wordt het protocol ‘Pluswerk’ ingezet worden.
Incidenteel komt het voor dat een leerling een groep overslaat. De school is in principe geen voorstander van het overslaan van groepen, omdat een kind vaak sociaal-emotioneel nog niet toe is aan een hogere groep. Regelmatig wordt de oplossing gezocht in het compacten en verdiepen van de lesstof. Daarnaast is er binnen O2G2 een bovenschoolse plusgroep, leerlingen die aan de voorwaarden voldoen kunnen voor deze bovenschoolse plusgroep worden aangemeld.